vrijdag 22 juni 2018

Een jaar voorbij

Het is bijna 23 juni. Vandaag exact een jaar geleden begon op deze vrijdag onze wereld voor het eerst te wankelen, ontstonden de eerste scheurtjes in ons prille babygeluk. Naar aanleiding daarvan schreef ik daarover mijn allereerste blog op Zwarte Roze Wolk. Net terug van een vakantie in Zuid-Frankrijk, waar ik ondanks de zwangerschapsdepressie toch genoot van de zon en de ontspanning, werd onze roze wolk zwart. Nu zijn we opnieuw terug van een vakantie in Zuid Frankrijk, waar we verbleven op hetzelfde wijnchateau als vorig jaar. Vorig jaar was Aimée erbij op deze plek. Twaalf weken oud, pas zo'n centimeter of vijf groot, maar ze was er. Daarom voelde dit als de enige juiste plek om onze vakantie door te brengen. Vorig jaar waren we hier met zijn vieren. Nu moesten we haar achterlaten, thuis, op de begraafplaats. Dat ging niet zonder slag of stoot.

Na een week ziek zijn moet dan toch de auto volgepakt worden voor vertrek op zondagochtend. Op zaterdag zoeken we met Julian bloemen en een nieuw plantje uit voor Aimée. Gedrieën gaan we naar het kerkhof. In gedachten verzonken sta ik aan het graf. Daar lig je dan, mijn lieve kleine meisje. Vorig jaar was je nog bij ons, kon je mee op vakantie. Bij het afscheid nemen zeiden we nog 'Over twee jaar komen we terug, met Julian én zijn broertje of zusje.' Maar dat gaat niet gebeuren, nooit. Want jij ligt hier en wij stappen morgen in de auto, naar Zuid-Frankrijk. Mama wil helemaal niet weg. Je bent nog veel te klein om hier zomaar achter te blijven. Ik weet best wel dat er niets met jou gebeurt als we weg zijn, maar toch. De gedachte dat jij hier hulpeloos en alleen bent, mijn kleine meisje, mijn baby, is ondraaglijk. Daarom heeft mama iemand geregeld die op jou past. Die jou komt bezoeken. De bloemetjes netjes houdt. Zodat er ook voor jou gezorgd wordt. We hebben de vakantie hard nodig, maar het voelt alsof ik je in de steek laat. Mama is verdrietig meisje, ik wilde zo graag dat we volgend jaar pas weer waren gegaan, dat jij daar rond had kunnen kruipen en misschien net als je grote broer in Zuid-Frankrijk voor het eerst had leren lopen. Jouw knuffel gaat met ons mee op reis. Zo ben jij er toch een beetje bij. Dag lief meisje, tot later. Mama komt terug. 
De tranen stromen over mijn wangen als ik me omdraai en wegloop. Ik wil het niet, ik wil haar niet hier alleen laten. Julian geeft de bloemen een kusje en rent vooruit. Het is bijna vakantie.

De rest van de dag ben ik niet te genieten. Een enorme controledwang manifesteert zich, alles moet perfect verlopen. 's Avonds komen alle emoties los. De pijn, het verdriet van ons kleine meisje dat nooit ouder zal worden dan vier weken. Maar ook de pijn om haar achter te laten. Heel even is daar weer diezelfde pijn als op de eerste avond na haar overlijden, toen ik haar niet in de steek wilde laten, haar niet op haar kamertje wilde laten liggen om zelf te gaan slapen. De pijn beneemt me de adem, wat ben ik dankbaar dat die intense, heftige pijn er nog zelden is.




Vakantie
Wanneer we vol enthousiasme op de vroege zondagochtend wegrijden merk ik hoe het verdriet van me afgegleden is. Het is goed zo. Voor Aimée wordt gezorgd en wij mogen genieten van een, waar mogelijk zorgeloze, vakantie. We vragen ons af of het lukt: genieten, ontspannen. Hoe zal het voelen om terug te zijn op de plek waar we vorig jaar nét voor het eerste slechte nieuws waren? Na héél veel kilometers asfalt stappen we uit voor het chateau. Thuis. Zo voelt het. We zijn weer thuis. Mijn opgetrokken schouders ontspannen zich, de knoop in mijn maag verdwijnt. Hier is het goed. Hier is ze bij ons. Het chateau ligt er onveranderd bij. Het geeft een gevoel van stabiliteit. Niet alles verdwijnt, sommige plekken blijven onveranderd. Het is een geruststellende gedachte.

De eerste dagen komt er ontzettend veel vermoeidheid los. Nu voelen we in volle hevigheid dat we al een jaar aan het overleven zijn. Een jaar waarin we vaak de kans niet kregen om te ontspannen, waarin we ons steeds opnieuw schrap zetten voor de volgende klap, die ook steeds weer kwam. Nu hoeven we niets meer. Het is heerlijk. Op de kast staat een foto met de knuffel van Aimée. Haar knuffel is mee op reis gegaan, symbolisch. Wanneer we met ons drieën gaan wandelen, gaat Aimée mee. Achterop de rugdrager, samen met Julian. Iedere ochtend kruipt Julian in alle vroegte bij ons in bed. Binnen twee seconden laat hij zich er weer afglijden, rent de woonkamer in, 'knuffel Aimée pakken!' om vervolgens met knuffel terug te komen. Op een ochtend zegt hij 'Aimée ook papa en mama bed,' hij bedenkt zich geen seconde en komt terug met haar foto, die hij tussen ons in zet. Het is een paar keer slikken, maar ik vind het prachtig. Zonder dat wij er nadruk op leggen neemt hij zelf Aimée ook mee in deze vakantie. Hartverwarmend! 'Julian grote broer, Aimée zusje, Julian Aimée kusjes geven op de buik.' Hij komt tot rust, er komen verhalen los. Nog altijd is hij de trotse grote broer, ook al is zijn zusje voor de rest van de wereld onzichtbaar.

Genieten
Het lukt ons om tot rust te komen, te ontspannen, te genieten. Wat heerlijk! De wandelschoenen aan, kilometers maken. Voor ons kronkelt de weg zich door de bergen. Grillig, kronkelend, niet weten wat er na de volgende bocht op ons wacht. Gevaarlijke rotspartijen? Een onverwachte afgrond? Of een prachtig nieuw uitzicht? Het is een mooi symbool voor onze rouwverwerking. De enige weg die we als gezin op konden stappen is de kronkelende weg voor ons. We hebben al een stukje gelopen, steil omhoog het leven weer in. Voor ons ligt nog meer geslinger te wachten. Gelukkig is de weg bezaaid met prachtige vergezichten, het is niet dor en doods. Het groen knalt ons in alle kleuren tegemoet. Als je oververmoeid je stappen op de weg zet heb je alleen nog oog voor je voeten die maar met moeite vooruit gaan, waardoor je soms een bocht of kuil mist en naast de weg stapt of dreigt te vallen. Deze vakantie is als de pauze op onze weg. Even stilstaan, rust nemen, opkijken. Zien dat we al een heel stuk achter de rug hebben. Zien dat er nog zoveel moois te wachten ligt. Ondanks, of misschien wel dankzij, de bergen op onze weg.


Julian vermaakt zich in de rugdrager meer dan goed. Samen verhalen verzinnen, liedjes zingen. Er ontstaat een nieuwe balans. Wij drieën, met die vierde onzichtbaar tussen ons in. Die vierde, die ons sterk met elkaar verbindt.
En dan, zomaar ineens, wanneer ik het niet meer verwacht, is het verdriet er weer. Bij de lunch in een restaurantje hangt Julian de clown uit, hij heeft alle gasten op zijn hand en windt ze om dat kleine vingertje van hem. De mensen zullen jou nooit zien. Ze zullen nooit lachen om jouw grappen en grollen. Ze zullen jouw ondeugende blauwe kijkers en springerige blonde haartjes niet zien. Jij kunt ze niet meer om dat kleine vingertje van je winden. In gedachten zie ik je hier rondkruipen, naast je grote broer. Samen plezier maken, samen gek doen. Samen de aandacht trekken van alle gasten in de zaak. Het kost moeite geen traan te laten, maar het lukt. Zo vanuit het niets is het er. We beginnen voorzichtig te wennen aan het gemis, aan de nieuwe balans. Maar steeds opnieuw zullen we op de meest onverwachte momenten overvallen worden. Nu, over twee jaar, over tien jaar, over veertig jaar. Steeds zullen er nieuwe situaties zijn waarin ze gemist wordt. Ik ben er dankbaar voor. Ik had haar nooit willen missen. En daarom wil ik haar de rest van mijn leven missen.

Het onzichtbare wordt zichtbaar

Ik heb nog iets moois gedaan op dat wijnchateau. Ik heb hard gewerkt aan het manuscript. Ik realiseer me meer dan ooit hoeveel werk er nog voor me ligt. Het moeilijkste stuk is echter geschreven, die allerlaatste, mooiste, intieme, hartverscheurende nacht van haar overlijden. Mijn boek is niet compleet zonder dat verhaal. Zonder alle emoties die daarbij horen. Met voldoende ruimte voor ontspanning en rust overdag lukt het me om in de avonduren die heftige momenten terug te halen. Om woorden te geven aan het verdriet. Om jullie mee te nemen in die meest bijzondere nacht van ons leven. Er liggen nog heel wat pagina's te wachten. Maar de heftigste pagina's zijn geschreven op het mooiste plekje van Frankrijk, daar waar Aimée in gedachten om mij heen danst.



zondag 3 juni 2018

Voorjaarsschoonmaak

Gevloerd door een virus liet ik in deze dagen de afgelopen weken eens de revue passeren. Het zijn weer heftige en intense weken geweest. Ik kom soms ineens nieuwe zaken tegen bij mezelf, ik leer nieuwe kanten van mezelf kennen. Dat is soms heel fijn, maar ik kom ook wel dingen tegen die helemaal niet zo leuk zijn. Ook kom ik rommel tegen in mijn hoofd die ik dacht al opgeruimd te hebben. Maar het is niet zo. Sommige dingen heb ik aan de kant geschoven. Onder de bank geveegd. Dat doe ik in het echte leven ook graag. Dan race ik door de huiskamer, grijp alle rotzooi die er ligt, duw het in kastjes, veeg het onder de bank en dan ziet het huis er keurig opgeruimd uit. Daar kun je prima mee leven. Daar kan ik van genieten. Ik plof erna zonder moeite schaamteloos op de bank met de gedachte dat ik het huis weer zo lekker aan de kant heb. Tot ik een aantal dagen later een deur open trek en ik erachter kom dat ik de hele stapel rotzooi daar neer heb gelegd. Zonder uit te zoeken wat moet blijven en wat weg kan. Zonder uit te zoeken wat ballast is en wat nuttig is. Zonder te kijken wat ik wil bewaren en waar ik dat dan een mooi plekje wil geven. Met een diepe zucht gooi ik dat kastje dan weer dicht. 'Komt nog wel' denk ik er achteraan. Om een aantal weken later het ritueel te herhalen. De stapel in het kastje groeit en nog lang niet alles bevindt zich op de juiste plek. Zo gaat het op dit moment ook in mijn hoofd en gevoelsleven.

O ja, ik lijk het keurig op orde te hebben. Ik werk. Ik doe boodschappen. Ik kook eten. Julian gaat op de juiste momenten naar de juiste plekken toe. Het huishouden is, ondanks mijn wat slordige inslag, redelijk op orde. De zaken die moeten gebeuren gaan door. Maar het begon te wringen. Ik werd onrustig. Ergens klopte er iets niet. Ik negeerde het gevoel en ging door. Tot we op een avond op de bank zaten en ik tot de conclusie kwam dat het echt niet meer ging, dat mijn emmertje vol zat. Samen zijn we op zoek gegaan naar oorzaken. En zo trok ik in de afgelopen weken wat kastjes in mijn hart open. Ik schrok van de inhoud. Ik heb behoorlijke stapels gewoon van me afgegooid, omdat ik nog niet de energie en de tijd heb om er voor te zorgen, om deze stapels met emoties en gevoelens na te kijken en uit te pluizen.

Werk
We hebben samen maar eens een kastje opengemaakt en de inhoud doorgekeken. Op het kastje zat een grote sticker: 'werk'. Direct na mijn verlof ben ik weer aan het werk gegaan, met wat aanpassingen in de werktijden ging het al snel de goede kant op. Ik heb fantastische collega's en artsen waar ik mee werk, dus het was voor mij een prettige plek om naar terug te keren. En toch, het voelde anders. Ik begreep het niet. Mijn werkzaamheden zijn hetzelfde gebleven, de doelgroep patiënten is gelijk, mijn collega's onveranderd. Maar iets was er anders. Ik probeerde er grip op te krijgen, maar het lukte niet. Tot we samen die stapel uit het kastje 'werk' eens op schoot pakten. De inhoud was onveranderd. We keken nog eens goed naar het kastje en constateerden het probleem. Het kastje was veranderd. De inhoud paste er niet goed meer in. Het schuurde en kreukelde. Ik moest het aanduwen en daarna heel snel het kastje dichtgooien. Een aantal weken lang bekeken we of er wat aanpassingen aan het kastje gedaan konden worden. We trokken samen een conclusie: ik, oftewel het kastje, was teveel veranderd. Ik zit niet meer lekker in mijn werk. Ik mis de passie waarmee ik altijd gewerkt heb. Ik begrijp het niet meer wanneer een patiënt moppert omdat een spreekuur uitloopt. Ik sta op het punt van ontploffen wanneer een patiënt een opmerking maakt over het feit dat 'ze zoveel onderzoeken moeten, het zal die artsen wel om het geld gaan.' Ik kan me niet langer rustig houden wanneer patiënten niet begrijpen dat we ons uiterste best doen om het hen naar de zin te maken, maar dat het ook prettig is wanneer zij wat meebewegen en ook eens vrij willen nemen voor een onderzoek of consult. Ik begrijp deze patiënten niet meer. Ik begrijp de in mijn ogen 'futiliteiten' niet meer waarmee ze aan komen dragen. Ik vraag me steeds af waarom ze niet begrijpen waar het echt om gaat.
Kijkend vanaf een afstandje zag ik dat de inhoud nooit meer in het kastje zou gaan passen. Ik kan duwen en wringen wat ik wil, maar echt goed zal het niet meer worden. Dus namen we een rigoureus besluit: er moet een nieuw kastje komen. Met deels nieuwe inhoud. Iets wat past in mijn huidige leven.
Zo moest ik op zoek naar mijn stoute schoenen. Met een diepe zucht trok ik ze aan en vertelde mijn collega's over het kastje en de inhoud. Ik vertelde ze dat het niet meer zo bij me past. Het ligt niet aan hen. Zij zijn de meest fantastische collega's die je jezelf kunt toewensen. Zowel tijdens de zwangerschap als na het overlijden van Aimée heb ik het gevoel gehad dat ik welkom was, dat het niet uitmaakte hoe het met me ging, maar dat ik er mocht zijn. Ik vind dat getuigen van een gezonde teamgeest. Dus al deze lieve collega's heb ik verteld dat het niet ging. Dat ik een deurtje verder zou gaan. Op zoek naar nieuwe kastjes en nieuwe inhoud. Per 1 augustus stop ik daarom met mijn werk in het ziekenhuis. Ik heb het zeven jaar lang met passie en liefde gedaan. Maar het is tijd om verder te gaan. Om te zoeken naar iets dat bij de huidige Arianne past. Ik ga weer aan de slag in de directe zorg. Twee handjes laten wapperen en mijn hart weer laten spreken. En ik ga me verder toeleggen op het schrijven! Iets waar ik ontzettend veel energie van krijg. Dus eerst maar eens aan 't werk om dat boek op de persen te krijgen!

Thuis
Thuis was ik dus niet de leukste in de achterliggende weken. Door het opzeggen van mijn baan is er veel ruimte gekomen in mijn hoofd. Wel merk ik hoe ontzettend veel energie het me heeft gekost. Al die tijd heb ik zo geknokt om de inhoud weer in het 'werk'kastje te krijgen! Maar het is vechten tegen de bierkaai. Hopelijk komt er nu wat meer rust in huis, alleen al door de gedachte dat er één kastje is dat binnenkort opgeruimd wordt.

Julian
Iets waar ik ook niet zoveel over geschreven heb, maar wat wel speelt, is de rouwverwerking bij Julian. Het is ontzettend moeilijk om een kind van twee te begeleiden in het verlies van zijn zusje. Zeker wanneer je zelf nog zo worstelt met het verdriet. Alle mensen die roepen 'een kind van twee krijgt er nog niets van mee' mogen bij ons eens hun oor te luister leggen. Onze lieve Julian, de trotse grote broer, heeft wel degelijk alles meegekregen. En hij is net zo zoekend als wij. We zien hem zoeken naar een manier om zijn 'grote broer-zijn' vorm te geven nu zijn kleine zusje er niet meer is. Soms stelt hij zomaar uit het niets vragen die hij niet eerder heeft gesteld. Vertelt hij dat hij Aimée zoekt, vertelt hij dat ze ziek was. Maar veel meer spreekt hij het uit met zijn gedrag. Anderhalf tot twee maanden lang hebben we ontzettend veel moeite gehad om hem weg te brengen naar de opvang. Hij werd ontzettend claimend naar ons, wilde niet in de steek gelaten worden. En zie dan maar eens uit te vinden wat de oorzaak is en hoe je daar het beste mee om kan gaan. Hij is namelijk ook gewoon een heuse peuterpuber en het puberen en rouwverwerken loopt behoorlijk in elkaar over. Op dit moment lijken de problemen rondom het wegbrengen eindelijk overwonnen, hij lijkt weer het vertrouwen te hebben dat we hem aan het einde van de dag ophalen. Nu herhaalt het ritueel zich bij het naar bed gaan. Ik vind het moeilijk. Ik voel me schuldig dat hij dit mee moet maken in zijn jonge leventje. Ik voel me schuldig dat wij zijn kleine zusje niet konden redden. Ik voel me schuldig dat hij verdriet heeft. Ik voel me schuldig dat we dit verdriet niet konden voorkomen.
Tegelijk ben ik reuzetrots op hem. Hij is écht een band aangegaan met Aimée, dat is wel duidelijk. Wanneer ze ouder had mogen worden was hij duidelijk een beschermende grote broer geworden. Hij heeft na de uitvaart een knuffel uit het bed van Aimée gepakt en bij hem in bed gelegd. Iedere avond voor het slapen gaan wil hij een knuffeltje van Aimée. Mijn hart breekt en tegelijk ben ik zo ontzettend trots op mijn kleine grote knul! Zo zoeken we met elkaar nog steeds struikelend onze weg.

Babykamer
Een kastje, of beter gezegd kamer, die ik ook dichtgegooid heb en alleen open doe als het dringend noodzakelijk is, is de kamer van Aimée. De eerste weken na haar overlijden heb ik er heel wat uurtjes doorgebracht. Maar ik merk steeds vaker dat ik haar kamer ontloop. Dat ik de deur dichthoud om maar niets te zien. Als een ware struisvogel kan ik mijn kop in het zand steken. Ook met dit mooie weer. Ik ren haar kamer op, duw snel het raam open, zet een stoel voor de deur en ren de kamer weer uit. Ik red het om al die tijd zo min mogelijk om me heen te kijken. Maar afgelopen week besloot ik de confrontatie aan te gaan. Ik wandelde haar kamer binnen. Stond er stil. Letterlijk. En werd geraakt door de pijn en het verdriet. Het kamertje is onveranderd gebleven. De eerste weken vond ik dat niet erg. Wanneer Aimée nog geleefd zou hebben zou er ook weinig wijzigen aan het kamertje. Maar inmiddels is haar kamertje een confrontatie met het feit dat ze nooit ouder zal worden. Ze zou nu niet meer in haar wiegje liggen. Ze zou een ledikantje nodig hebben. De eerste grote stap naar groter groeien. De piepkleine kleertjes die haar zo goed pasten zouden inmiddels vervangen zijn door de mooie jurkjes en broeken die ik al klaar had liggen. Ze liggen er nog steeds. Zo ook het piepkleine luiertje, die samen met de thermometer klaar ligt voor de volgende verschoonronde. Ongebruikte, stille getuigen van haar dood. Ze zijn niet meer nodig. Alles in haar kamertje is werkloos geworden. Het geeft me een ongemakkelijk gevoel, deze confrontatie met de werkelijkheid. Ons kleine meisje zal voor altijd vier weken blijven. Ze gaat niet meer groeien. Ze wordt niet meer ouder. Ze is er niet meer. Ik vraag me af hoe ik vorm moet geven aan haar kamertje en daarmee aan mijn verdriet. Ik weet niet meer of ik het nog fijn vind om er te zijn. Ik wil niet geconfronteerd worden met de onomkeerbaarheid van de situatie. Ik wil zo graag doen alsof. Ik wil zo graag dat ze terugkomt. Dat er iemand is die haar komt brengen en zegt 'nu hebben jullie genoeg verdriet gehad, nu hebben jullie haar lang genoeg gemist, hier is ze weer.' Ik zou haar vastpakken, tegen me aandrukken en nooit meer loslaten. Het is iets wat in mijn dromen vaak gebeurd. Soms droom ik per nacht wel vijf keer dat ik naar haar ontzielde lichaam sta te kijken. Ik zie en voel aan haar koude, verstijfde lichaam dat ze overleden is. Tot ze ineens ademhaalt en haar ogen open slaat. Steeds opnieuw schrik ik wakker met een gemengd gevoel van blijdschap en verdriet. De droom maakt me duidelijk dat ik er nog steeds niet aan toe ben om te accepteren dat ze nooit meer terugkomt. Die afschuwelijke onomkeerbaarheid van de dood, het zou verboden moeten worden. We zoeken de komende maanden rustig verder hoe we ook dit 'kastje', of kamertje, vorm geven.

Andere kastjes
Zoals je na dit verhaal vast begrijpt zijn er een heleboel kastjes waar we nog rommel ingesmeten hebben. Kastjes die we zolang maar even dichtgedaan hebben. Waar we slechts af en toe aan toekomen. Dit tot onze grote frustratie. Het liefst zouden we grote schoonmaak houden en al die kastjes in één keer aandacht geven. Maar we merken dat onze energie net voldoende is voor de kastjes Thuis, Julian, Aimée en Werk. We hopen dat er ergens in de komende maanden ruimte komt voor die andere kastjes. Familie, Vrienden, Oprechte Aandacht, Vrije Tijd, Sporten, en veel meer van dat soort kastjes. Mocht jij ergens bij één van die kastjes horen dan hopen we dat je het ons vergeeft. Dat je ons tijd en ruimte gunt. Misschien wel veel meer tijd en ruimte dan we nu kunnen bedenken. We merken dat we voorzichtig weer beginnen te leven en nog veel overleven. Maar ten volle deelnemen aan het leven en onze aandacht verdelen over al die kastjes? Dat is duidelijk toekomstmuziek.

dinsdag 15 mei 2018

Over leven

Vol vertrouwen keek ik er naar uit: moederdag. Ik wist dat het lastig kon worden, maar ik nam mezelf voor om vooral te genieten. Maar de werkelijkheid was anders. Ik werd keihard met mijn neus op de feiten gedrukt.

Het is zaterdag en ik zit helemaal niet lekker in mijn vel. Ik ben onrustig en zorg dat ik mezelf de hele dag bezighoud, in huis of op mijn telefoon. Het maakt niet uit wat ik doe, zolang ik maar iets doe om de onrust te bestrijden. Terwijl de dag voorbij kruipt krijg ik een steeds ongemakkelijker gevoel. Voor het eerst in maanden hoor ik mezelf hardop verzuchten 'was het maar weer maandag.' En daar zit exact de kern van het probleem. Voor het maandag wordt komt eerst nog die zondag. Moederdag. Ik zie er als een berg tegenop. Moederdag, dat feest waar de commercie ons al weken op voorbereid. Moederdag, dat feest dat wij graag afdoen als 'commercieel' en 'onzin'. Maar wanneer je als moeder niet (langer) compleet bent maakt het niets uit of het commerciële onzin is. Als je dan geconfronteerd wordt met moederdag doet het gewoon keihard pijn. Ik had het niet verwacht. Ik dacht dat ik dit wel kon. Maar ik wens vandaag dat moederdag weer achter ons ligt en het weer maandag is... Wanneer ik het hardop uitspreek voelt het alsof er een gat in de muur geslagen wordt. Het muurtje dat ik de afgelopen dagen zo zorgvuldig omhoog houd. Om niets te voelen van de pijn en het verdriet dat erachter opgeslagen ligt. Maar met het hardop uitspreken van de woorden weet ik dat ik er dwars doorheen zal moeten. Een nieuwe golf verdriet ligt te wachten, ik kan er niet langsheen. Ik pak de hand van Maurice en samen springen we in het diepe. We gaan er dwars doorheen. Ik voel de afschuwelijke pijn van het kind dat van me afgescheurd is. Ik voel de afschuwelijke werkelijkheid, ik ben niet compleet en ga dat niet meer worden. Nooit meer. Die avond val ik doodmoe van alle emoties in slaap. Morgen word ik wakker. Morgen is het moederdag. Morgen ben ik niet compleet.

Zondagochtend. Ik word wakker en zoals altijd is één van de eerste dingen die ik besef het feit dat Aimée er niet meer is. Ik trek de dekens nog maar eens over mijn hoofd. Julian slaapt gelukkig nog. Vanbinnen voel ik de rauwe pijn en het verdriet. De tranen zitten hoog. Ik wil niet. Ik wil niet aan deze dag beginnen. Ik wil niet voelen. Ik wil niet sterk zijn. Ik wil huilen, maar niet in het bijzijn van Julian. Maar het laagje is zo dun en het muurtje brokkelt nog. Even later horen we een vrolijk stemmetje roepen 'papa, mama, wakker!' Papa haalt hem op en hij kruipt even lekker bij ons in bed. Vooralsnog een gewone zondag. Terwijl hij tussen ons in ploft en lekker aan het spelen is voel ik de leegte weer. Ik zou er alles voor over hebben om nu op te staan om Aimée uit bed te halen, maar ze is er niet... Ik hoef niets te doen. Er hoeft geen flesje klaargemaakt te worden, geen sondevoeding. Ze is er niet. Het doet zo'n pijn. Papa en Julian gaan op zoek naar de kadootjes die mama goed verstopt heeft. Julian heeft bij de gastouder een mooie verftekening gemaakt. Ook bij het peuterwerk is hij druk geweest en hij overhandigt mij een doosje dat hij zelf versierd heeft. We bouwen de spanning op: een kadootje, wat zou erin zitten? Hij springt op en neer en het duurt hem veel te lang. Ik maak het snel open. Uit het doosje komt een door hem versierde tas, met daarop de woorden dat mama 'fan-tas-tisch' is. Geweldig! Ik bedank hem voor zijn mooie kado's en geef hem een extra dikke knuffel. Hier zit hij niet op te wachten. Hij maakt zich snel los en stuitert weer over het bed, om vervolgens weer tussen ons in te ploffen. Ik bekijk de tas nog eens goed en draai hem om. 'Kijk!' zeg ik, 'aan de andere kant staat ook nog wat, er staat "Kus van Julian", dat is leuk!'. Hij grijpt de tas, buigt zich naar voren en drukt er een kus op. 'Kus van Aimée' zegt hij. Het is het laatste duwtje dat ik nodig heb. Daar gaan ze weer, die lastige tranen. Dit kleine mannetje legt, zonder dit te weten, de vinger keihard op de zere plek. Ik veeg de tranen weg en zet mijn glimlach weer op.

De jongeman is niet meer te houden dus besluiten we Moederdag beneden voort te zetten. Geen ontbijt op bed, maar kruimels in de bank! Wanneer de deurbel gaat rent hij naar de deur en samen met papa komt hij terug met een enorme ontbijtmand. Mét versgeperste jus d'orange én bubbels! Meer moederdag kunnen we het niet maken. Wanneer alles uitgestald staat voel ik me in plaats van blij vooral ontzettend eenzaam. Het ontbijt is fantastisch, daar ligt het niet aan. Maar niets, helemaal niets, kan die leegte van binnen compenseren. Niets kan mijn dochter vervangen. Ik wist het wel. Natuurlijk wist ik het. Maar ik had er niet op gerekend dat ik dit vandaag zo heftig zou voelen. Weer komen de tranen. 'Mama huilen klaar!' hoor ik naast me. Ik probeer Julian uit te leggen dat mama verdrietig is omdat Aimée er niet bij is op moederdag. Maar dat mama wel héél blij is met alle mooie kadootjes en natuurlijk met het lekkere ontbijt! Ik droog mijn tranen. Wat is dit dubbel. Ik wil voor Julian zo graag blij zijn en genieten. Maar tegelijk mis ik Aimée harder dan ooit. Samen drinken we bubbels bij het ontbijt, we proosten op het leven. We drinken jus d'orange (zonder te knoeien!). We kruimelen ons een ongeluk op de bank. Na het ontbijt wijst Julian ineens naar de gipsafdrukken van onze handen. 'Kijk, Aimée hand, is ons!' zegt hij. Wij kijken elkaar aan. Je hebt gelijk jongen, dat zij wij, voor altijd met zijn vieren. Ook vandaag is Aimée er zo bij.

's Middags zoeken we haar op. Daar loop ik dan, met mijn zorgvuldig uitgezochte bloemen. Welke bloemen ik ook voor haar koop, ze zijn altijd roze. Vandaag zijn het gerbera's, anjers en rozen. Met zorg vul ik vooraan de begraafplaats een vaasje met water om straks de bloemen op haar graf te zetten. De tranen stromen over mijn wangen. Eigenlijk wil ik gillen dat ik het stom vind. Dat ik zó ontzettend kwaad ben dat ik hier bloemen naar mijn eigen dochter moet brengen op moederdag. Ik wil de bloemen van me afsmijten, naar haar graf rennen, me languit op haar graf storten om daar met lange uithalen al mijn verdriet uit te gieten. Ik wil schreeuwen dat het oneerlijk is. Ik wil dat de hele wereld voelt hoeveel pijn dit doet. Maar al dit drama speelt zich van binnen af. Mijn tranen zijn slechts de stille getuigen. Ik veeg wat lastige tranen weg, sta op en wandel achter papa en Julian aan naar haar graf. Daar barst ik alsnog in tranen uit. Mijn dochter heeft me iets prachtigs geschonken. Het bakje met bloemen wat er al weken staat is ontploft. Wekenlang stonden er 'gewoon' bloemetjes in. Afgelopen week nog. Maar in een paar dagen tijd hebben de bloemen zich uit het niets verdubbeld in aantal. De roze bloemen verdringen zich om licht en aandacht en staan met zijn allen keihard te stralen in het zonlicht. Het voelt als balsem op mijn ziel, ik hoef mijn dochter geen bloemen te brengen. Zij heeft een prachtige verassing voor ons verzorgd...

Julian helpt ons het graf verzorgen en maakt zijn eigen rondje. Hij geeft een kus op de steen met haar naam en roept gedag wanneer we vertrekken. Ik til hem op. We lopen richting de auto. Op mijn arm zegt Julian 'Huis toe, Aimée zoeken'. Ik krijg het ijskoud. Het is de eerste keer dat ik hem dit hoor zeggen, het is één van mijn grootste angsten dat hij Aimée kwijt is. 'Ja, we gaan naar huis toe lieverd, maar we hoeven Aimée thuis niet te zoeken. Aimée is niet thuis.' Hij kijkt me aan met zijn grote blauwe kijkers. 'Aimée pakken, Aimée optillen mama.' Ik leg hem rustig uit dat dit niet gaat. Ik neem nog eens alles met hem door. Aimée is gegroeid in mama's buik, geboren, vastgehouden, geknuffeld en toen gestorven. Daarna hebben we haar in een mandje gelegd en begraven. Nu ligt ze op de begraafplaats en kunnen we haar niet meer vasthouden. Weet je dat nog? Hij kijkt me aan en geeft geen antwoord. Ik zie dat hij zijn aandacht weer ergens anders op richt. Maurice en ik kijken elkaar eens aan. De rouwverwerking bij Julian is duidelijk begonnen.

Eenmaal thuis stort ik in, ik heb geen greintje energie meer in mijn lijf. Wanneer Julian in bed ligt kijken wij elkaar nog eens aan en slaken een diepe zucht. Wat een dag... En wat zaten we goed met ons onderbuikgevoel. Sinds een aantal weken merken we wat gedragsveranderingen bij Julian. We hebben zelf al een paar keer het vermoeden uitgesproken dat dit komt door alles wat er gebeurd is. Mochten we nog twijfelen zijn vandaag onze vermoedens bevestigd. Het doet zo'n pijn. Ik wil hem niet verdrietig zien. Ik wil niet dat hij Aimée mist. En tegelijkertijd is dit het mooiste wat hij kan doen. Ondanks zijn hele jonge leeftijd heeft hij Aimée duidelijk in zijn hart gesloten. 'Grote broer' noemt hij zichzelf nog steeds. En zo is het. Voor altijd.

Vandaag is niet zo leuk
En eigenlijk best zwaar
Zo zonder jou bij mij
maar het ontbijt op bed staat klaar

Dus ik maak 'm toch
een glimlach rond mijn lippen
het heeft ook zo weinig zin
om de hele dag te sippen

Maar als ik stiekem even
een eenzaam hoekje vind
dan ga ik lekker huilen
om mijn verloren kind

- Irene van Wesel -
Kusje in de Wind
Sterrenkusjes





woensdag 9 mei 2018

Moederdag

Het zijn vreemde dagen. De commerciële wereld leeft toe naar moederdag. Ik had nooit zoveel met moederdag. Hoewel, als klein kind was niets zo leuk als in het diepste geheim een kadootje voor te bereiden en een gedichtje voor mama uit mijn hoofd te leren. Mijn kadootje verstoppen op een plekje en dan tegen mijn moeder roepen dat ze vooral niet op dát plekje mocht zoeken. Mezelf dagenlang verheugen, gniffelend bij de gedachte aan moederdag. Op de dag zelf 's morgens vroeg naar beneden sluipen en daar samen met mijn grote zus rotzooien in de keuken om een ontbijtje te maken. Heel zachtjes, want mama mocht het niet horen. Maar die was waarschijnlijk al lang wakker en lag dan te genieten in bed van de geluiden die van beneden kwamen. Misschien met angst in het hart voor de rotzooi die ze daar straks aan zou treffen en dan op mocht ruimen. Daar ben je tenslotte moeder voor...

Ik weet het nog goed, mijn eerste moederdag. Ik riep het nog zo hard 'ach, dat commerciële gedoe, wat scheelt mij dat nou!' Maar ik zat te stralen in mijn bed toen papa binnenkwam met zijn zoon van nog geen twee maanden oud, een ontbijtje en een kadootje . Daar zaten we, met zijn drietjes op het grote bed. Ik was zo trots dat ik bijna licht gaf. En vorig jaar opnieuw, toen Julian voor het eerst een mooi kadootje geknutseld had. Het werd mijn eerste echte moederdagknutsel. Eentje die met liefde bewaard wordt om later te showen, als hij achttien is en het allemaal commerciële onzin vind. Diep van binnen, op een veilig plekje, was Aimée toen net aan haar levensreis begonnen. Deze moeder was zielsgelukkig, volgend jaar zouden we met ons viertjes moederdag vieren. Het liefst met de hele bende erbij: een zelfgemaakt ontbijtje, een baby tussen ons in en een peuter van twee die over het bed stuitert met zijn zelfgemaakte knutsels. En uiteraard met een kadootje van papa, wat van mama helemaal niet hoeft (maar natuurlijk zou ik al wekenlang roepen 'kijk schat, dat is ook leuk voor moederdag!') Nu is het bijna die moederdag. In het tussenliggende jaar werd ik opnieuw moeder. En moest ik mijn kleine meisje net zo snel weer teruggeven.

Zondag is het moederdag. Het zal er zijn: een zelfgemaakt ontbijtje. Lekker kruimelen op het bed. Een stuiterende peuter, die van de weersomstuit waarschijnlijk naar beneden wil. Of drinken over het bed gooit. Maar die een prachtig kadootje heeft gemaakt. Een kadootje dat mama zelf heeft verstopt, zodat ze het niet stiekem open kan maken. Het kadootje waarvan mama dacht 'zal ik stiekem toch even kijken?' en vervolgens besloot het nog verder weg te stoppen. En uiteraard met een kadootje van papa, wat van mama helemaal niet hoeft, maar wat hij toch geregeld heeft. Maar dat plekje tussen ons in, waar die prachtige mooie Aimée met haar bijna vijf maanden had moeten liggen is oorverdovend leeg. De stilte schreeuwt ons tegemoet. Ze had erbij moeten zijn. We hadden samen moederdag moeten vieren, met ons vieren. Maar de lege plek is zo aanwezig dat ik nu al pijn in mijn buik heb bij de gedachte aan zondag. Ik kan moederdag niet negeren, ik wil Julian juist die leuke, knusse herinnering meegeven. De vlinders in je buik omdat je iets moois hebt gemaakt voor mama. Mama die blij is met jouw knutselwerk. Samen ontbijten op bed, kruimels op de dekens. Maar meer nog gun ik hem een mama die blij is, omdat ze zo ontzettend trots is op haar kind. Omdat ze de weg bewandeld die haar moeder vroeg ging. En waarbij ze droomt over later, wanneer haar kinderen misschien ook de rijkdom van hun kinderen zullen ontdekken.

Zondag is het moederdag. Die ene plek in ons gezin blijft oorverdovend leeg. We zijn niet de enigen. Ik voel me verbonden met al die andere mama's van onzichtbare kinderen. Mama's waarvan jij en ik misschien niet eens weten dat ze diep in het verborgene mama zijn geweest. Mama's die in hun zwangerschap hun kindje al terug moesten geven. Mama's die al zoveel jaren geleden hun kindje verloren, waardoor wij misschien niet eens beseffen dat ze kinderen hebben gehad. Mama's die al een toekomstbeeld voor ogen hadden met kindjes op hun bed, maar bij wie het bed nu zo leeg blijft, omdat hun kinderwens (nog) niet vervuld werd.

Je hoeft je niet schuldig te voelen richting al deze mama's als al dat kroost zondag over je bed heen springt. Als de kruimels je om de oren vliegen en de versgeperste jus d'orange vlekken maakt in je nieuwe beddengoed. Geniet van de knutsels die je krijgt. Zet een fleurige bos bloemen in een vaas, zeep je in met nog zo'n heerlijk geurend zeeppakket. Geniet van die hele commerciële bende, wat kan jou het schelen, stiekem is het hartstikke leuk! Druk je kinderen nog even dicht tegen je aan, doe je ogen dicht en geniet. Doe dat voor ons. Voor al die mama's die zondag een kindje missen. Het kindje dat ze hadden of het kindje dat ze wensten.

Vandaag woonden we een afscheidsdienst bij. Niet van een mama maar van een papa. Het was de eerste die ik na het overlijden van Aimée weer bijwoonde. En ook al was deze papa al opa, nog steeds was het veel te vroeg om te gaan. Zijn volgende kleinkind leert hij niet meer kennen. Zo'n uitvaart maakt me stil. Ik ben zo dankbaar voor alles wat ik wél heb. Bij het verlaten van de aula werd het prachtige 'The show must go on' van Queen gedraaid. En zo is het. Wat er ook gebeurt in het leven. The show must go on. Met lege gaten, butsen en builen. Struikelend en slingerend zoeken naar de mooie momenten in het leven. Die momenten oprapen en verzamelen, ze van alle kanten bekijken, koesteren en vastleggen. Na het verliezen van ons allermooiste bezit vier maanden geleden ben ik niet minder gaan genieten. Ik ben wel tien keer zo hard gaan genieten. Niet krampachtig, maar gewoon, genieten. Momenten verzamelen. Gouden momenten. Momenten zonder Aimée, maar ondanks dat nog steeds prachtige momenten.

Ik ga het zondag doen. Ontbijt op bed. Vlekken maken met de jus d'orange. Kruimels strooien en daarover mopperen. Genieten van de knutsels die ik krijg. Genieten dat ik ein-de-lijk dat doosje open mag maken. Genieten van de kadootjes. Ik denk dat ik er zelfs een fles champagne bij opentrek. Gewoon om nog zo'n koestermoment verzamelen. Ik zal het zorgvuldig in mijn archief stoppen, nadat ik er van alle kanten intens van genoten heb. Met een lach en een traan. En altijd met die lege plek. Maar genietend. Want 'the show must go on'. En na het ontbijt zal ik bloemen brengen naar mijn dochter, omdat ze nooit meer bloemen voor mij zal kunnen kopen. En dan zal ik haar vertellen hoeveel ik van haar houd. Dat ik deze moederdag trots ben op mijn twéé kinderen. Ook al springt er maar één op ons bed...



Show must go on.
Inside my heart is breaking.
My make-up may be flaking,
But my smile still stays on.
-Queen-

Ken jij zo'n mama met een lege plek? Een mama van een kindje dat er niet meer is of er nooit heeft mogen komen? Laat haar zondag weten dat deze moederdag ook voor haar is. Want niets is fijner dan erkenning... 

woensdag 2 mei 2018

Nieuws!



De droom is er al jaren. Hij was er al toen ik nog een heel klein meisje was en ik op mijn kamertje dagboeken vol schreef, dromend over later. Wanneer ik groot zou zijn en vertrouwen zou hebben in mezelf. Later, wanneer ik een man zou hebben en een huis vol kinderen. Wanneer ik van betekenis zou zijn en mezelf zou durven tonen. Later, wanneer ik het gevoel zou hebben dat ik een verhaal te vertellen had.

Toen iemand mij in het achterliggende jaar voor de allereerste keer zei dat het een optie was lachte ik. Ik geloofde er niet in. Wie ben ik nu? Wat heb ik te vertellen? Waarom zouden mensen mijn verhaal willen horen? Er kwamen meer mensen. Ze zeiden hetzelfde. Ze probeerden me te overtuigen van mijn kracht. Ik glimlachte een keer en liet het daarbij.

Inmiddels zijn we heel wat maanden verder. Het zaadje is geplant en langzaam gaan groeien. Voorzichtig begon ik te geloven in mijn eigen kracht. In mijn verhaal. Een klein en kwetsbaar idee groeide groter en sterker. En nu durf ik het aan om deze droom met jullie te delen.

Afbeeldingsresultaat voor dromen volgen  quote
De achterliggende periode heb ik in mijn vrije tijd het nodige werk verzet. En dat zal ik in de komende maanden blijven doen. Maar nu is het tijd om het nieuws met jullie te delen. Want diep van binnen ben ik hartstikke trots. Ook al vind ik het ontzettend spannend. Maar... Ik werk er momenteel hard aan om mijn boek 'Zwarte Roze Wolk' te publiceren! Nadat ik steeds meer reacties kreeg dat mijn blog het waard is om gebundeld te worden, dat het verhaal van Aimée verteld mag worden, begon ik er zelf ook in te geloven. Ik heb besloten het in eigen beheer uit te brengen. Dit betekent dat ik de komende maanden nog hard moet werken om alles op orde te krijgen, maar het boek gaat er komen! Ik hoop in het najaar, uiterlijk op de eerste verjaardag van Aimée, het boek te publiceren. En natuurlijk schaffen jullie er allemaal één aan!

Ik vind het een hele mooie gedachte dat het verhaal van Aimée nu voor altijd vereeuwigd wordt. Dat uit het grote verdriet toch iets heel waardevols ontstaat. De liefde die wij haar mochten geven en die we van haar mochten ontvangen wil ik graag delen. Ik wil mensen laten zien dat geen dal zo diep is of er is een weg naar boven. In ieder mens schuilt een bron van kracht die je pas ontdekt als al het vertrouwde om je heen wegvalt, wanneer je volledig op jezelf teruggeworpen wordt. Maar dit verhaal kan ik niet schrijven zonder jullie. Jullie die meelezen en meeleven. Die mijn verhaal delen. Door jullie heb ik inmiddels een hoop lezers bereikt die ik helemaal niet ken. Jullie hebben ons steun en kracht gegeven in een tijd waarin we dat heel hard nodig hadden (en hebben). Dus dit boek is ook een beetje van jullie allemaal.

Een korte blog dit keer. Gewoon... om jullie niet langer in spanning te houden. Laat onder ons facebookbericht een reactie achter als jij zéker een exemplaar gaat aanschaffen! Geen facebook? Laat dan een berichtje onder de blog achter of stuur een mail of app!

woensdag 25 april 2018

Slingerend vooruit

Heel vaak wordt mij de vraag gesteld 'hoe gaat het met je?'. Het lijkt zo'n makkelijke vraag. Toch vind ik het een hele lastige vraag om te beantwoorden. Want hoe gaat het eigenlijk? Ja, het gaat best goed. We leven nog, staan nog overeind, werken allebei weer. We kunnen voor Julian zorgen, houden ons huishouden redelijk draaiende. We hebben zelfs de tuin weer eens onder handen genomen. Maar hoe gaat het dan? Eerlijk gezegd weet ik het antwoord op de vraag niet. Het gaat goed, maar soms ook helemaal niet. Ik kan genieten, maar soms ook helemaal niet. Ik mis mijn meisje vreselijk... Maar soms ook even niet. Dan heb ik mijn handen vol aan simpelweg leven, doorgaan, en daar past het gemis dan even niet bij.

Het is al ruim drie maanden geleden dat Aimée is overleden. En tegelijk is het pas drie maanden geleden, het verdriet is nog zo vers. Inmiddels hebben we een afsluitend gesprek gehad met het maatschappelijk werk. Dit vond ik heel vreemd. Onze maatschappelijk werkster is zo'n eind met ons meegelopen in onze zoektocht. Ze haakte aan vanwege de depressie in mijn zwangerschap, maar kreeg vervolgens alle zorgen die wij het hoofd moesten bieden ook op haar bordje. Tijdens deze hele periode hebben wij thuis weleens tegen elkaar gegrapt 'je zou onze maatschappelijk werkster maar zijn... ben je mooi klaar mee'. Maar ze heeft het fantastisch gedaan. Ze hielp ons steeds opnieuw zoeken en focussen, ze liet ons kijken naar wat we écht wilden, hoe we dat wat in ons hart leefde handen en voeten konden geven in de zorg voor Aimée. Ze was erbij toen we worstelden of de zwangerschap wel door mocht gaan. Ze hielp ons op papier zetten wat wij kwaliteit van leven vinden, een lijstje dat we er vaak bijgepakt hebben op de verdere weg. Ze was op afstand betrokken toen Aimée in Utrecht ter wereld kwam. Ze kwam ons mooie meisje bewonderen in Zwolle. Ze hielp ons om bij al het slechte nieuws dat we kregen staande te blijven, voor onszelf te zorgen. Ze was er om ons overeind te helpen nadat we het allermooiste in ons leven kwijt raakten. Ze hielp ons de focus te leggen op onszelf, op ons gezin. Ze prikte door mijn masker. En wanneer we iets te hard van stapel liepen legde ze even de vinger op de zere plek. Ze hielp ons op weg. En na zo'n intensieve periode samen heeft ze ons nu losgelaten. We kunnen zelf verder wandelen, maar zullen haar goede zorgen, tips en adviezen op die verdere weg niet vergeten!

Verder met Aimée zonder Aimée
Zo zetten we steeds een stapje verder op die nog zo onbekende weg. Het voelt als een bochtige weg waarbij het steeds weer een verassing is wat er om de bocht op je wacht. Zo voel ik me de ene dag prima en begrijp ik niet zo goed dat mensen denken dat het 'één groot donker gat' is waar we in leven. Maar de volgende dag kan het zomaar wel een groot donker gat zijn en snap ik niet dat mensen denken dat 'het leven ook gewoon doorgaat', want voor mij staat het dan even stil.
Steeds meer ervaar ik dat ik Aimée ieder moment van de dag mis, ze is er altijd bij, juist omdat ze er niet is. De hele dag mis ik er één. Wanneer de zon schijnt en ik geniet van de warmte op mijn gezicht, die zij niet heeft kunnen voelen. Wanneer ik met Julian in de tuin werk en niet op een baby hoef te letten. Wanneer ik mijn bed in kan rollen zonder er 's nachts uit te hoeven voor de fles. Wanneer ik een fotoboek maak van de bevalling, terwijl dit kindje niet in de box ligt. Wanneer ik in de auto stap zonder maxicosi. Wanneer ik de was ophang en al die kleine rompertjes niet in de wasmand zitten. Wanneer ik een kaartje schrijf en niet weet of ik er één of twee kinderen op moet zetten. Wanneer we een rondje wandelen met Julian op de loopfiets, maar zonder kinderwagen. Als Julian juichend van de glijbaan gaat en ik niet hoef te kijken of de kleine slaapt. Wanneer we naar vrienden gaan en Julian lekker speelt, we hoeven niet op nog een kindje te letten. Het kindje dat er niet is en er daardoor juist de hele dag bij is. Wij zijn niet met ons drieën, continu voelen we ons vier min één.

Zo merk ik ook dat er gedurende de dag continu energie verbruikt wordt aan het zonder Aimée zijn. De hele dag gaat ze met me mee. Of ik thuis ben of werk, of ik buiten een rondje loop ter ontspanning of boodschappen doe in de supermarkt, continu is het 'min-ééngevoel' aanwezig. Ik breng Julian naar de oppas en weet dat er goed voor hem gezorgd wordt. Maar Aimée kan ik niet naar diezelfde oppas brengen. Er is geen oppas voor verdriet. Wat zou het fijn zijn als het bestond. 'Hier, alsjeblieft, mijn verdriet. Wil jij er vandaag voor zorgen? Dan haal ik het vanavond weer op.' Dat gaat niet gebeuren. Dus zullen we voor onszelf moeten accepteren dat er wat minder energie beschikbaar is voor andere zaken. En stapje voor stapje slingeren we dus verder op die onbekende weg.

Tienduizend redenen tot dankbaarheid
We hebben prachtige dagen achter de rug. Wat houd ik van de zon, de warmte, het gevoel van leven! Vooral 's ochtends, wanneer de zon al flink wat van zijn stralen laat zien en je in alles de belofte van een prachtige, zomerse dag ziet. Dat beeld maakt bij mij altijd een geluksgevoel los. Ook nu. Het doet me terugdenken aan de verpleegkundige in het ziekenhuis. Ze was 's morgens bij Aimée de kamer opgekomen en zag een prachtig winterzonnetje dat de belofte deed van een mooie dag. De stralen vielen op het bedje van Aimée. Ze vond het beeld zo mooi dat ze snel wegliep om een camera te halen, ze wilde dat wij dit ook konden zien: ons meisje in de stralen van de zon. Ze maakte wat foto's, pakte een vel papier, plakte de foto's daarop en schreef erbij: 'De zon komt op, maakt de morgen wakker'.
Later die ochtend lopen wij de kamer van Aimée op. Aan haar bedje zie ik een vel papier hangen. Op het vel papier de foto's van Aimée in het zonnetje. Ik zie de tekst en herken het lied, wat een prachtig gebaar van deze verpleegkundige. Wat zij niet weet is dat wij dit lied al een beetje in gedachten hebben voor de doopdienst. De doopdienst die uiteindelijk nooit zal volgen.

Terwijl nu de zonnestralen al veel krachtiger een mooie dag beloven denk ik terug aan die ochtend. Ik betrap mezelf erop dat ik in gedachten een lied zing.

'De zon komt op, maakt de morgen wakker.
Mijn dag begint met een lied voor U
Heer wat er ook gebeurt en wat mij mag overkomen
Laat mij nog zingen als de avond valt.
...
Van al Uw goedheid wil ik blijven zingen
Tienduizend redenen tot dankbaarheid.'

Nu ben ik uiteraard christelijk opgegroeid. Maar die dankbaarheid voor het leven vind zijn oorsprong ergens heel diep van binnen. Ik geef daar uiting aan door het God te noemen. Toch ben ik er van overtuigd dat iedereen die bron van liefde en dankbaarheid diep van binnen kan aanboren en daar zijn kracht uit kan halen. Het leven is datgene wat je overkomt tussen het moment van je geboorte en het moment van overlijden. Daar horen prachtige momenten bij, maar helaas ook momenten van diep verdriet. De kunst is om al struikelend toch weer op weg te gaan en niet te vergeten dat je onderweg nog steeds kunt genieten.

Zo neurie ik verder. Tienduizend redenen voor dankbaarheid, ik heb ze. Dankbaar voor de zon die elke dag weer opkomt. Dankbaar voor het ontstaan van Aimée. Voor het ontmoeten van Aimée. Dankbaar dat ik haar in haar ogen mocht kijken. Dat ze adem mocht halen. Ons mocht ontmoeten. Dat we gezin konden zijn. Dat we mochten knuffelen. Samen oud en nieuw mochten vieren. Dat we haar liefde mochten voelen, vier weken lang, iedere seconde van de dag. Man, wat was zij dat waard! En zij is het waard dat wij nu blijven genieten. Elke dag. Zelfs als het even niet gaat.

Tienduizend redenen voor dankbaarheid... Met een lach en een traan.


Als je tot hier hebt doorgelezen... blijf dan nog heel even hangen. Binnenkort hopen we met heel mooi nieuws te komen. Wat dat is? Even blijven hangen dus! En heb je het al gehoord? Sssst... nog even niet doorvertellen dan.

maandag 9 april 2018

Voor altijd samen...

Voor altijd samen...
Hoe dichter we bij Utrecht komen hoe stiller ik wordt. Dit had ik niet verwacht. Wat hebben we deze route vaak afgelegd. De ene keer met ontzettend veel spanning, de andere keer met een hart vol hoop. Al die keren met ons meisje veilig in mijn buik. Wat voelt het als een eeuwigheid geleden.

Steeds dichter naderen we afrit de Uithof. Aan de linkerkant zie ik het UMC Utrecht opdoemen. Daarachter... Daarachter ligt het WKZ. Daar is haar leven begonnen. Daar hadden we hoop. Daar hielden we ons vast aan de toekomst, maar daar was het ook waar onze roze wolk definitief zwart werd. Waar we hoorden dat de toekomst met ons meisje kort zou zijn. Daar viel het doek voor de toekomst toen het ziekenhuis in de spiegel van de ambulance achter ons verdween. Nu rijden we over de snelweg. We gaan niet eens naar het ziekenhuis, maar hoe dichter we bij het ziekenhuis in de buurt komen hoe stiller ik word. En dan komen ze, de waterlanders. Eerst rolt er één over mijn wang. En dan nog een. En daarna kan ik ze niet meer tellen.

Ik voel verdriet om een toekomst die er niet is. Ik voel boosheid omdat we hier met één iemand te weinig in de auto zitten. Ik voel bitterheid, omdat we ons meisje nu naar dit ziekenhuis hadden moeten brengen om geopereerd te worden. Maar ze is er niet meer. Ze had er op zijn minst nog moeten zijn, zelfs nu ze niet geopereerd kon worden. Het doet zo'n pijn dat ze maar 4 weken bij ons heeft mogen zijn. We rijden het ziekenhuis voorbij, het verdwijnt weer in de verte. We zijn op weg naar onze laatste herinnering met haar, we gaan onze handafdrukken ophalen.

Wanneer we binnenlopen bij Angela zie ik vanuit mijn ooghoeken de afdrukjes al op de kast staan, wauw... Mijn meisje! Ik ben niet de enige die ze ziet. Onze kleine man met zijn twee turven hoog heeft ze ook al ontdekt. 'Aimée!' Mijn mond valt open van verbazing en ik vraag me af of ik het goed gehoord heb. De anderen hebben het ook gehoord, hij noemt daadwerkelijk de naam van zijn zusje. Hoe kan hij weten dat dit haar afdrukjes zijn? Hij heeft wel een keer een foto gezien, maar het is bizar dat hij direct weet dat hier op de kast de afdrukjes van Aimée staan. Er staan namelijk wel meer afdrukken in de kamer. Wat is ons kleine mannetje dan toch verbonden met zijn zusje, het doet me goed. Zijn zusje hoort er gewoon bij. We kijken met Angela nog even terug op de week na het overlijden van Aimée. Wat zijn we dankbaar dat we dit hebben kunnen doen. Ik weet nog hoe ik op 12 januari in paniek Angela een appje stuurde dat Aimée al zou gaan overlijden, terwijl we de afdrukken nog niet hadden gemaakt. Of ze nog iets kon betekenen. Gelukkig vertelde ze me daarna direct dat dit ook na het overlijden nog mogelijk was. Het was een vreemde week en het maken van de afdrukken was toch een heel gezellig moment in diezelfde week. Wat hebben we gelachen tijdens het maken van de afdrukken. En dat terwijl net onze hele wereld ingestort was. Een lach en een traan liggen dan dicht bij elkaar. Ik loop naar de afdrukken op de kast. Hier hebben we het voor gedaan. Onze vier handen bij elkaar. Papa, mama, Julian & Aimée. Vader, moeder, zoon & dochter. Voor altijd samen. Voor altijd onlosmakelijk verbonden. Voor altijd een vier-eenheid. Wat ben ik trots. Ze hoort erbij. En op deze manier is een stukje van haar tastbaar geworden.

Met alle voorzichtigheid nemen we de afdrukken mee naar huis. Wanneer ik het beeld thuis in de kast zet voel ik een hoop spanning van me afglijden. Ze is veilig thuis. Ik leg mijn vinger in haar handje en volg de lijnen die ik zo goed ken. Ik koester iedere nagel en ieder lijntje in haar hand. Wat was ze toch nog klein...

foto van Herinnering voor altijd.

Pasen
Voor het eerst beleef ik Pasen op een totaal nieuwe manier. Ik schreef er al eerder over, ik ben me zo bewust geworden van het feit dat ook Maria haar kind verloor. Maar wij staan daar die eerste Paasdag met een ontzettend dubbel gevoel aan het graf. Vandaag viert de christelijke wereld het feest van de opstanding. Ik voel het vandaag niet. Ik kijk naar haar graf. Mijn meisje komt niet terug. Zij ligt daar, stil en koud. Haar graf gaat niet open, zij komt er niet uitwandelen. Ik zou er de wereld voor over hebben om haar nog één keer vast te houden. Nog één keer haar warmte te voelen. Nog één keer haar haartjes onder mijn kin te voelen. Ik zou met mijn wang over haar haren strijken. Ik zou mijn neus tegen de hare wrijven. Haar mooie, prachtige neusje. Ik zou haar kussen, ik zou haar knuffelen. Ik zou haar geur diep opsnuiven. Ik zou lachen en huilen tegelijk. Ik zou haar nog eens vertellen hoe ontzettend veel ik van haar houd. Ik zou nog een keer het liedje zingen wat ik zo vaak voor haar gezongen heb.
'Ik zag een kuikentje 
Dat bij zijn moeder zat
Onder haar vleugels
Waar het veilig was
Tegen regen, tegen zonneschijn
Heer zo wil ik bij U zijn' 
Ik zong het al in de zwangerschap, toen zij nog zo veilig onder mijn vleugels zat. Wat zou ik haar graag terugstoppen onder mijn eigen vleugels. Ik zou haar vasthouden en naar haar kijken, eindeloos naar haar kijken. Maar nu ligt ze daar en ik mis haar zo.

Tweede Paasdag brengen we door met familie. Hoewel we nooit in een familiesetting met Aimée samen zijn geweest is het gemis nu zo voelbaar. De hele dag voel ik het. We zijn ook vandaag vier min één.

Angst
Door het overlijden van Aimée is er een nieuwe dimensie van angst in ons leven gekomen. Dat voelen we extra nu Julian ziek is. Hij is erg verkouden en 's nachts wordt hij wakker met een kroepaanval. We zetten het benauwde mannetje op ons bed en proberen hem rustig te laten ademen. Diep van binnen voel de paniek opkomen. Ik zie zijn borstkas snel op en neer gaan. In mijn hoofd zie ik Aimée verkouden zijn. Ik zie haar happen naar adem voordat ze haar hoofd achterover laat vallen en stopt met ademhalen. Ik zie hoe ik in paniek haar een tik geef om weer te starten met ademen. Ik zie het ambulancepersoneel de kamer instappen. Ik zie de blauwe zwaailichten verdwijnen in de verte. Gelukkig kwam het toen nog weer goed. Die keer wel.

Ik weet dat de paniek en de angst niet nodig zijn. Dit is Julian, hij heeft een kroepaanval en straks wordt hij weer rustig. Maar de paniek heeft zich al vastgezet in mijn lijf. Ik kan het één niet meer van het ander scheiden. Die nacht slaap ik amper en de nachten erna ook. Ik kan maar één ding denken wanneer ik mijn kleine mannetje benauwd zie: 'Niet jij ook, alsjeblieft, niet jij ook'. Rationaliteit en gevoel zijn op deze momenten mijlenver van elkaar verwijderd. De kroep verdwijnt. De benauwdheid verdwijnt. Mijn mannetje speelt weer en is vrolijk. Een last valt van mijn schouders. Dit kind blijft. Voorlopig wel. Maar de angst voor het verlies zal nooit meer helemaal verdwijnen. Ik dans met hem door de kamer en geniet van elk moment, meer dan ooit tevoren...



maandag 26 maart 2018

Geluk en verdriet

Het is onvoorstelbaar hoe dicht blijdschap en verdriet bij elkaar liggen. Op sommige momenten heb ik het gevoel dat ik uit twee levens besta. Soms passen ze redelijk bij elkaar, maar vaak ook heb ik het idee dat ik twee kanten op getrokken word.

Vrijdag was zo'n dag. Vrijdagmiddag hebben we de stoute schoenen aangetrokken en zijn we op stap gegaan om een grafmonument voor Aimée te ontwerpen. Zo'n ding wat je aan de ene kant heel graag wilt en aan de andere kant het liefst voor je uit schuift. Wanneer ik bij het graf ben verlang ik enerzijds naar een prachtig monumentje dat bij ons en ons meisje past en aan de andere kant wil ik zo graag dat het blijft zoals het is. Omdat ze nu nog een beetje dichtbij voelt. Alsof ik pas net in haar grafje stapte om haar mandje voor altijd los te laten. Om haar lichaam voor altijd los te laten. De aarde op haar grafje voelt minder definitief dan een monument. Zo worden we dus heen en weer geslingerd. Ik weet ook dat het ontwerpen de nodige tijd in beslag neemt en het nog een tijd zal duren voor er iets staat. Dus is het beter om vast aan de slag te gaan.

Enigszins gespannen lopen we binnen in iets wat je een soort winkel dan wel showroom zou kunnen noemen. We vertellen waar we voor komen. Gelukkig worden er geen vragen gesteld over het hoe en wat, nee, we gaan direct aan de slag. We kijken eerst wat rond om vervolgens te vertellen wat we wel en niet willen. Degene die ons helpt zet een paar potloodstrepen op papier terwijl wij praten. Hij luistert en tekent. Gumt af en toe wat weg. En terwijl we praten ontstaat er op papier iets bijzonders. We kunnen het bijna niet geloven. Maar het klopt precies... Wanneer we het monument zien ontstaan worden we vervuld met iets dat we niet hadden verwacht: trots. Trots, omdat we het laatste plekje van ons meisje heel mooi gaan maken.

Terwijl ik naar de tekening kijk die voor ons ligt krijg ik het echter ook heel benauwd. Ik heb het gevoel dat die zware steen boven op mij wordt gelegd. Ik begrijp het niet zo goed, maar wanneer ik naar de tekening kijk schreeuwt alles in mijn lijf 'Niet doen! Straks kan ze er nooit meer uit!' Yep... Dat is wat rouw met je doet. Je weet dat het totaal onrealistisch is wat je denkt. Maar alles in me schreeuwt dat ik dit mijn meisje nog niet aan mag doen. Ik probeer een paar keer diep adem te halen. Weer een stap gezet.


Een prachtige tekening wordt onder onze neuzen geschoven. Het is helemaal wat we willen. Het enige dat ons nu nog rest is de tekst aanleveren. We bekijken wat lettertypes en terwijl wij met elkaar zitten te stoeien op de tekst zie ik ineens de naam van mijn meisje verschijnen op het ontwerp. Met zorg wordt haar naam op het monument gezet. Ik houd mijn adem in en moet tegen mijn tranen vechten. Al die tijd zaten we vrij luchtig aan tafel, maar ineens gaat het weer echt over Aimée. Het raakt me diep om haar naam op de tekening te zien staan. Laat staan dat ik straks haar naam op het graf zie staan... We hebben nog zoveel stappen te zetten.

Slechts een paar uur later. Ik zit op de bank en blaas ballonnen op. Maurice hangt de slingers op. Ik heb me nog nooit zo vreemd gevoeld. Vanmiddag zochten we een grafmonument uit voor ons dochtertje, vanavond hangen we de slingers op voor onze zoon. Morgen wordt hij 2. Wat is hij de laatste tijd ongelofelijk dapper geweest. We beseffen ons nu dat hij voor ons gevoel al lang 2 is. Het voelt onwerkelijk dat dit dappere mannetje pas 2 jaar geleden op deze wereld kwam. Het voelt als een vorig leven.

Zaterdag
Ik word wakker met een zwaar gevoel. Mijn ene kind is jarig en mijn andere kind dat hierbij had moeten zijn is dood. Toch zullen we deze dag door moeten. We gaan er hoe dan ook een leuke dag van maken, dat verdient ons mannetje. Maar ik voel het gemis van ons meisje zo ontzettend, het doet pijn in iedere vezel van mijn lijf.
Zingend lopen we zijn slaapkamer op. Lang zal hij leven... Laat het alsjeblieft waar zijn. Enthousiast gaat Julian mee naar beneden. Hij gilt van plezier als er een heuse fiets onder het papier uitkomt. Een driewieler met 'Cars-auto's' erop, zijn dag kan niet meer stuk! Natuurlijk moet de fiets direct getest worden. Sturen gaat. Trappen gaat redelijk. De twee combineren wordt nog een hele uitdaging. Als uit het volgende pakketje een graafmachine komt kan zijn dag niet meer stuk.

Na het ontbijt vraag ik hem of hij straks even mee gaat naar de begraafplaats, naar Aimée. 'Jaaaa!' hoor ik direct. Voor hem is het iets wat hij fijn vind om te doen. Direct erachteraan roept hij 'fiets mee Aimée'. De lieverd.. hij is zo trots op zijn fiets dat deze mee moet naar Aimée. Ik smelt. We zetten met zijn drieën inclusief fiets koers richting bloemist. Julian helpt bloemen uitzoeken voor Aimée. Even later gaan we richting begraafplaats. Vol enthousiasme stuurt Julian zijn fiets richting haar graf. We leggen de bloemen op haar graf. Hij wijst naar de bloemen. 'Kadootje Aimée mama!' Mijn hart breekt. Deze lieve, zorgzame grote broer gunt zijn zusje ook een kado. De tranen staan in mijn ogen. Ze had erbij moeten zijn vandaag. Dit is het meest vreemde wat ik ooit heb gedaan op een kinderverjaardag. En tegelijk de enige juiste keuze. Zij hoort erbij vandaag. Julian fietst al verder. Hij maakt een rondje. We vragen hem om nog even afscheid te nemen. Hij fietst nog even langs het graf, stopt en zwaait. Dag lief zusje... Fijne verjaardag grote broer. Wat een bizarre dag!


's Middags komt alle visite. Het behoeft geen uitleg dat ons mannetje enorm verwend wordt. Hij is blij met alle kadootjes en weet niet hoe hij met alles tegelijk moet spelen. 's Avonds wil hij niet naar binnen. Maar helaas... Het feest is over, de dag is voorbij, het is bedtijd! Wij ploffen totaal uitgeput op de bank. De hele dag zijn we van het ene uiterste naar het andere uiterste gesmeten, het heeft ons volledig leeggezogen.

Nadat we alles hebben opgeruimd sluip ik naar boven, ik duik ook mijn bed in. Ik kan het niet laten om heel zachtjes de kamer van Julian in te sluipen. Hij ligt nog in exact dezelfde houding. Ik hoor hem zacht snurken. Mijn hart stroomt over. Van liefde en dankbaarheid voor dit prachtige mannetje. Van verdriet en gemis om ons prachtige meisje. Ze horen allebei zo in ons leven. Ze hadden er vandaag allebei moeten zijn...

Zondag
Zondagavond. Het weekend zit erop. We liggen in bed. Ineens klapt al mijn verdriet eruit. Alle pijn en verdriet van de begrafenis passeren de revue. Alle pijn die ik toen niet toe kon laten beneemt mij nu de adem. Ik heb het gevoel dat ik verzuip in de emoties. Ik zie weer hoe ik Aimée van Maurice aanpak. Ik zie weer hoe ik het graf in stap met haar. Hoe ik haar mandje neer zet. Ik zie haar mandje nog staan. Ik zie voor me hoe ik opstond. En haar voor altijd daar beneden in het graf liet. Nu vraag ik me af hoe ik dat zo 'makkelijk' kon doen. Waarom ik niet gilde en schreeuwde, haar vasthield en weigerde haar achter te laten. Al de emoties die ik toen misschien wel voelde maar niet toe kon laten komen nu in volle hevigheid op me af. Destijds klom ik uit het graf, nam mijn plek naast Maurice en Julian weer in en ging door met ademhalen. Het moest wel, ik had geen keuze, ik moest rechtop blijven staan, anders zou ik instorten en nooit meer opstaan. Nu heb ik tijd. Nu is er ruimte. Ik stort in, laat alles gaan. En sta weer op. Want dat is wat ik me heb voorgenomen. Hoe vaak ik ook val: ik sta weer op. Vallen mag, zolang we maar 1x vaker opstaan dan dat we vallen...

dinsdag 20 maart 2018

Werelddownsyndroomdag

Ik val maar met de deur in huis: ik ben jaloers. Stikjaloers! Misschien geen eigenschap om trots op te zijn, maar ik kom er toch maar eerlijk voor uit.

Ik ben niet zomaar jaloers. Ik ben jaloers op andere mama's. Niet zomaar op andere mama's, maar op exclusieve, speciale mama's. Mama's van niet zomaar kindjes, maar op mama's met hele speciale, mooie kindjes.

Morgen is het 21 maart. En op 21 maart is het werelddownsyndroomdag. Een prachtige symbolische datum, gezien 21-3 symbool staat voor de trisomie op chromosoom 21. Nog altijd maak ik deel uit van een speciale groep mama's, de D-mama's. Mama's die een kindje hebben met een extra chromosoom 21. Wat schuchter meldde ik me bij deze mama's nadat we hoorden dat ons mooie meisje het syndroom van Down had. Ik ontmoette ontzettend veel verschillende mama's met even zoveel verschillende kindjes. Maar al deze kindjes hebben één gemeenschappelijke deler: ze zijn geboren met het syndroom van Down.

Op de dag dat Aimée geboren werd vulde mijn hart zich met trots. Retetrots was ik op mijn kleine, mooie, perfecte meisje. Ik hield van haar vanaf het moment dat ze veilig in mijn buik groeide. Mijn hart ontplofte echter van liefde toen ik haar voor het eerst in de ogen keek. Ik omarmde haar vol liefde, hield met iedere vezel in mijn lijf van dit speciale meisje. Natuurlijk heb ik het me in de zwangerschap ook weleens afgevraagd: kan ik van dit kindje net zoveel houden als van mijn andere kind? Kan ik accepteren dat haar leven misschien anders zal lopen dan ik had verwacht en gehoopt? Kan ik door het syndroom van Down heen kijken? De verhalen van anderen nam ik ter kennisgeving aan. Maar hoe meer zorgen er kwamen rondom ons meisje hoe meer ik voelde dat ik met iedere vezel in mijn lijf van haar hield. En op het moment dat ze de wereld in gleed en ik haar aanpakte kon ik alleen maar denken 'Jij hoort hier zo thuis! Jij bent zo ongelofelijk welkom!' Ik zag mijn dochter. Geboren uit liefde. Geboren om thuis te komen in een warm en liefdevol nest. Geboren om op te groeien. Wat kon het mij schelen welke chromosomen ze in welke hoeveelheid had. Dit was mijn dochter!

Nu zie ik ze voorbij komen. Prachtige zonen en dochters. Prijkend op een poster om aandacht te geven aan werelddownsyndroomdag. Omdat er nog altijd geknokt moet worden voor hun bestaansrecht. Misschien heb jij weleens getwijfeld. Zou jij het kunnen? Een kindje met downsyndroom krijgen? Zou je er wel van houden? Zou je er doorheen kunnen zien? Ik kan je slechts mijn ervaring vertellen. Zodra ons meisje de wereld ingleed zag ik mijn dochter. Aimée. Mens, geliefde. 1000% mijn dochter. En voor je kinderen doe je alles.

Helaas moesten wij ons meisje vier weken na haar geboorte weer los laten. Hier en daar leeft de vraag of dit het waard was. Hadden we haar niet beter eerder laten gaan? Toen we hoorden dat ze downsyndroom had? Toen we hoorden dat haar hartje niet helemaal in orde was? Nee. Het antwoord is nee. Wij hebben kennis gemaakt met het mooiste meisje van de wereld. We hebben haar liefde gevoeld en haar al onze liefde kunnen geven. Het geluk waar we vier weken intens van genoten hebben is ons het verdriet dat we de rest van ons leven mee zullen dragen meer dan waard. Door dit meisje is ons leven enorm verrijkt.

Ik scrol nog eens langs alle posters voor de werelddownsyndroomdag. Stuk voor stuk prachtige kinderen. Mensen. Geliefd. Zonen en dochters. Met papa's en mama's die hen de kans op leven gaven. Ik ben jaloers. Mijn mooie, speciale meisje met downsyndroom is er niet meer. Ik hoor er niet meer helemaal bij. Een gedachte die ik me een jaar geleden niet had kunnen voorstellen.

In mijn hart ben ik voor altijd een trotse D-mama. Van een dochter die bezit heeft genomen van iedere uithoek in mijn hart en ziel.

Morgen is het 21 maart. Werelddownsyndroomdag. Ik denk deze dag aan al deze trotse papa's en mama's. Ieder kind is het leven en de liefde waard. Wees er niet bang voor. Love doesn't count chromosomes! Het is echt waar...



woensdag 14 maart 2018

Afleiding

Afleiding... Ik kan het woord niet meer horen. Wíj kunnen het woord niet meer horen. In de afgelopen weken zijn we er mee om de oren geslagen, in mijn geval met name wanneer mensen horen dat mijn verlof voorbij is en ik weer aan het werk ga. 'Ach, dat is ook wel fijn natuurlijk, wat afleiding'. Laat ik voorop stellen dat iemand van mening mag zijn dat afleiding fijn is. En dat dit in sommige gevallen zo kan werken. Maar wat voor ons fijn is, is de vraag stellen óf het werk als een afleiding fungeert. Niet aannemen en de stelling droppen dát het werk een afleiding is. Dit is namelijk helemaal niet het geval. Omdat we daar zoveel over horen ga ik proberen dit uit te leggen aan de hand van een voorbeeld.

JIJ
Laat alles even los en beeld je het volgende in. Jouw hand moet geamputeerd worden. Je weet dat dit gaat gebeuren en je weet dat dit vreselijk zal zijn. Er bestaat namelijk geen verdoving en er bestaat geen pijnmedicatie. Middeleeuws, barbaars zul je denken. Aan je zijde verschijnt ineens een persoon. Deze persoon heeft een mes in zijn handen. Hij pakt je arm vast en begint te snijden. Bij de eerste snede die hij zet gil je het uit van de pijn. Maar hij gaat door, het moet gebeuren. Het mes dat hij gebruikt is wat bot, maar hij zet door, hij heeft een taak. Langzaam maar zeker wordt jouw hand eraf gehaald. Jij bent door de afschuwelijke pijn inmiddels onderuit gegaan en verdoofd geraakt. Wanneer je bijkomt kijk je voorzichtig om je heen. Je weet dat er iets vreselijks gebeurd is, maar je voelt nog even niets. Heel even laat je het zo. Voorzichtig draai je je hoofd naar rechts en je schrikt van wat je ziet. Een grote wond op de plek waar jouw hand ooit zat. Je schrikt, draait je hoofd snel terug, je kunt het niet aanzien. Terwijl jij je hoofd de andere kant opdraait begin je te voelen. Daar rechts, de pijn. Een bonkende, kloppende, allesdoordringende, stekende pijn op de plek waar jouw hand ooit zat. Je bent je hand kwijt. Jouw rechterhand. Jouw rechterhand die bij jou hoort, je bent niet meer compleet. Het dringt tot je door dat het leven zonder deze hand nooit meer hetzelfde zal zijn. Je zult alles opnieuw moeten leren. Maar eerst hoop je dat die verschrikkelijke pijn minder wordt. Je sluit je ogen en probeert wat te slapen. Zolang je slaapt voel je niets.

IK
Ik voel me net als jij. Mijn meisje is geamputeerd. Mijn eigen, lieve meisje, volledig onderdeel van wie ik ben. Ik wist dat het ging gebeuren en ik wist dat het vreselijk zou zijn. Er bestaat geen verdoving en er bestaat geen pijnmedicatie. Middeleeuws, barbaars? Op 12 januari was het zover. Het mes begon te snijden toen we hoorden dat ons meisje snel zou overlijden. Ik wist op dat moment dat het pijn ging doen, ongelofelijk veel pijn, maar ik hield me vast aan wat ik nog had. Die nacht was het zover. De dood kwam haar halen. Ik raakte verdoofd door de heftige pijn. De verdoving werkte een tijdje, tot mijn meisje volledig van me was weggerukt, begraven. In de weken die volgden kwam ik langzaam bij. Pas na een aantal weken draaide ik voorzichtig mijn hoofd naar rechts. Een lege box. Een leeg bedje. Een lege maxicosi. Een lege plek...  Daar waar mijn prachtige meisje hoorde te liggen was niets meer, behalve de spullen die ons aan ons meisje herinneren. Snel draaide ik mijn hoofd weer terug. Ik wilde de lege plek niet zien. Ik wil het gemis niet voelen. Maar het voelen is begonnen. Een bonkende, kloppende, allesdoordringende, stekende pijn op de plek van mijn hart. Er is een deel van mijn hart gerukt, zonder verdoving. Ik ben mijn meisje kwijt. Mijn meisje, die bij mij hoort. Ik ben niet meer compleet. Het dringt tot me door dat het leven zonder mijn meisje nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik moet alles opnieuw leren. Maar eerst hoop ik dat die verschrikkelijke pijn minder wordt. Ik sluit mijn ogen en probeer wat te slapen. Zolang ik slaap voel ik niets.

JIJ
Het is al even geleden dat je hand eraf is gehaald. De pijn wordt nog niet minder, integendeel. Je raakt je steeds meer bewust van de aanwezigheid van de pijn. Eerst kon je het nog negeren, maar het is aanwezig bij alles wat je doet. Je probeert je leven weer op te pakken, maar het is ontzettend wennen nu jouw rechterhand niet meer aanwezig is. Je moet alles opnieuw leren. Je bent langzamer geworden, je moet dingen op een andere manier aanpakken. Door de continue aanwezigheid van de pijn verlies je heel veel energie. Soms ben je jezelf even wat minder bewust van het feit dat een deel van je ontbreekt. Tot je iets wilt pakken met je rechterhand en een scheut van pijn door je heen gaat. Op de plek waar je hand zat voel je de pijn. Je probeert je werkzaamheden weer te doen. Het is moeilijk, zo zonder rechterhand. Je hebt die rechterhand niet steeds nodig, maar bent je steeds bewust van de afwezigheid ervan. De continu aanwezige pijn helpt daarin niet mee. Door de pijn heb je moeite om je te concentreren. Gelukkig zien anderen dat jouw hand ontbreekt en er een grote wond zit. Ze begrijpen dat het pijn doet en dat deze pijn continu aanwezig is. Ze weten dat jij je rechterhand mist bij alles wat je doet. Als ze het niet zien en ze vragen je om iets te doen wat je nog niet kunt hoef je alleen maar even naar de plek te wijzen waar jouw hand ooit zat. 'O ja, dat gaat natuurlijk nog niet'. Je probeert je werk zo goed mogelijk te doen. Maar een afleiding? Nee, dat is het niet. Je vind het fijn om er weer te zijn, je vind het fijn om ook daar weer van betekenis te kunnen zijn. Maar door de pijn en het ontbreken van jouw rechterhand gaat het niet vanzelf. En is het voorlopig vooral iets dat extra energie kost. In de toekomst zal het beter gaan. Dan zul je gewend raken aan het feit dat jouw rechterhand niet meer aanwezig is. Dan heb je manieren aangeleerd om er mee om te gaan. Om jezelf tegen nieuwe pijn te beschermen. Ook al komt je hand nooit meer terug.

IK
Het is al even geleden dat ons meisje van me afgerukt werd. De pijn wordt nog niet minder, integendeel. Ik raak me steeds meer bewust van de aanwezigheid van de pijn en het gemis. Eerst kon ik het nog negeren, maar het is aanwezig bij alles wat ik doe. Ik probeer mijn leven weer op te pakken, maar het is ontzettend wennen nu mijn meisje niet meer aanwezig is. Ik moet alles opnieuw leren, ik ben een ander iemand geworden. Ik ben langzamer geworden, ik moet dingen op een andere manier aanpakken. Door de continue aanwezigheid van de pijn verlies ik heel veel energie. Soms ben ik mezelf even wat minder bewust van het feit dat een deel van mij ontbreekt. Tot ik iets simpels hoor, zie of doe. Ik hoor een baby huilen. Ik hoor dat iemand zwanger is. Ik zie ouders met hun twee jonge kinderen. Ik zie de kleertjes van mijn meisje. Op de plek waar mijn meisje hoorde is een gat ontstaan en ik voel de pijn. Ik probeer mijn werkzaamheden weer te doen. Het is moeilijk, zo zonder mijn meisje. De continu aanwezige pijn helpt daarin niet mee. Door de pijn heb ik moeite mezelf te concentreren. Anderen zien echter niet steeds dat er een deel van mijn hart ontbreekt. Ze begrijpen dat het pijn doet, maar beseffen ze ook dat de pijn continu aanwezig is? Weten ze dat ik mijn kleine meisje mis bij alles wat ik doe? Als ze het niet zien en ze vragen me om iets te doen wat ik nog niet kan, hoe maak ik dan duidelijk dat ik beperkt word door de pijn?
Ik probeer mijn werk (en de overige zaken naast het werk) zo goed mogelijk te doen. Maar een afleiding? Nee, dat is het niet. Ik vind het fijn er weer te zijn, ik vind het fijn om ook op andere plekken weer van betekenis te kunnen zijn. Maar door de pijn en het gemis van mijn meisje gaat het niet vanzelf. En is het voorlopig vooral iets dat extra energie kost. In de toekomst zal het beter gaan. Dan zal ik gewend raken aan het feit dat mijn meisje niet meer aanwezig is. Dan heb ik manieren aangeleerd om er mee om te gaan. Om mezelf tegen nieuwe pijn te beschermen. Ook al komt mijn meisje nooit meer terug.
Afbeeldingsresultaat voor afleiding

Ik hoop dat je hiermee antwoord hebt gekregen op de vraag of de dingen in ons leven afleiding zijn. Nee, er bestaat hierin geen afleiding. We moeten leren leven zonder ons meisje en dat doet pijn. Alles moet weer wennen. Sommige dingen gaan al best aardig, maar dat maakt de pijn niet minder. We moeten het geen 'plekje geven'. We moeten leren hoe we dit verdriet integreren in ons leven. Dat zal langzaam inslijten. Soms gaat het goed. Soms gaat het even wat minder.

Huilend sluit ik mijn verlof af. Er zit één kindje te weinig in mijn auto. Ik breng alleen Julian naar oma. Weer zo'n moment waarop ik me pijnlijk bewust ben van onze 'min één'. Mijn verlof is voorbij, maar mijn kindje is er niet meer. Iets wat een heuglijk moment had moeten zijn is een pijnlijke confrontatie met de werkelijkheid geworden. Mijn werk is geen afleiding... Maar ik vind het wel ontzettend fijn dat ik ook hier weer gewoon Arianne mag zijn! Ook al is het min één.

maandag 5 maart 2018

Lichtpuntjes

'Rouwverwerking is een golfbeweging. Je zult een tijdje een stijgende lijn zien en dan ineens kan deze zomaar naar beneden afbuigen. Maar weet dat je dan ook weer uit het dal op zult klimmen en weer omhoog zult gaan.' Ik hoor de huisarts de woorden nog zeggen in de week na het overlijden van Aimée. 'Het zal wel' was mijn gedachte. Maar ik kan nu zeggen: ze heeft gelijk. Uiteraard.
In de weken na de uitvaart zijn we vooral aan het opbouwen geweest. Eerst alle vermoeidheid toelaten. Dan langzaam steeds meer zaken oppakken. De zorg voor Julian. De dagelijkse boodschappen. Afsluitende gesprekken met de zorgverleners rondom Aimée. Voorzichtige bezoekjes hier en daar. Werk. Sporten. Steeds kon er een klein beetje bij, steeds ging het een beetje beter. Tot vorige week. Terwijl alles om ons heen steeds normaler werd voelde ik me steeds eenzamer worden. En zo klapte ik ondersteboven. Ik kon alleen nog maar huilen.

Na het knokken om weer op de been te komen, onze taken op te pakken, weer mee te doen en verder te leven, leek het even genoeg. Hoe normaler alles werd, hoe abnormaler ik me voelde. Ineens was het er weer, dat 'normale' leven. Dat leven waarin Aimée nooit een plekje in zal nemen. Om ons heen is iedereen op zijn manier weer doorgegaan met leven. De mensen die slechts kennis hebben genomen van het overlijden via de advertentie of via verhalen zijn misschien even opgeschrikt, maar het ligt al weer weken achter ze en heel misschien... heel misschien zijn ze het verhaal al weer vergeten. De mensen die ons verhaal langere tijd gevolgd hebben weten het nog. Ook hun leven is verder gegaan en ze denken zeker af en toe aan ons mooie meisje. Maar in hun dagelijkse beslommeringen is Aimée niet continu aanwezig, logisch ook! Dan is daar nog de kring mensen dichter om ons heen. Kennissen, familie, vrienden; hun leven is wel degelijk beïnvloed door dit verlies. Maar ook zij pakken hun dagelijkse werkzaamheden weer op. Verdrietig, want dat kleine meisje, dat ook voor hen van grote betekenis was, is er niet meer. Verdrietig, omdat wij verdrietig zijn. Ze denken vaak aan haar terug. En aan ons. Ze vragen hoe het met ons gaat. Ze proberen ons te helpen en bij te staan. Bieden een luisterend oor. Sturen ons op het juiste moment net even woorden uit het juiste liedje. Komen nog een mooi kraamcadeautje brengen of zorgen ervoor dat er af en toe een lief kaartje op de mat ploft. En toch... Toch voelde ik mij te midden van dat alles ineens heel alleen. Ik kijk naar de wereld om me heen en voel alsof ik er niet helemaal deel vanuit maak. Ik leef in twee werelden. In jullie wereld en in mijn wereld. En ik kan ze nog niet tot een passend geheel maken.

Terwijl ik naar die wereld kijk voel ik me ontzettend eenzaam. Want niemand voelt precies de lege plek in ons huis. Niemand voelt hoe leeg mijn armen zijn. Niemand ziet mijn verdriet in alle kleine dagelijkse dingen. Het is 24 uur per dag aanwezig, ook al gaat het vaak 'best goed'. Als ik aan het graf sta voel ik opnieuw de rauwe pijn van de open wond. Ik voel hoe Aimée van me losgescheurd is. Wanneer ik daar sta ervaar ik hoe ik uit twee delen besta, één deel staat daar aan de rand van haar graf en één deel ligt daar heel stil... Eén geheel kan ik er nooit meer van maken. Ik merk dat ik er stil van word. Ik raak in mezelf gekeerd. Totdat de bom barst en ik niet meer kan stoppen met huilen. De dagen erna ben ik alleen maar moe, intens moe. En voor het eerst ga ik dromen. Ik droom over mijn lieve kleine meisje, hoe ze ter wereld kwam. Ik droom over haar in het ziekenhuis. En ik merk dat ik eindelijk kan gaan beginnen met dat wat ze 'verwerken' noemen. Vanaf juni 2017 hebben we in een achtbaan geleefd. Steeds waren er nieuwe ontwikkelingen die we het hoofd moesten bieden. Dit terwijl er een enorm grote, zware, zwarte, depressieve hond bovenop mij lag.
Na de geboorte werd dit tempo nog eens ontzettend opgevoerd. Vlak na de bevalling zaten wij al op de NICU. Het ene na het andere onderzoek volgde, het ene na het andere gesprek volgde. Was Aimée eindelijk thuis, werd ze weer opgenomen in het ziekenhuis. Nergens hadden we ook maar een moment de tijd om iets te verwerken. Nét toen we de rust gevonden hadden om een voorzichtig begin te maken met verwerken overleed ons meisje. En dus gingen we door, op adrenaline. Dat kun je!
En nu staan we al een tijdje stil. Terwijl de wereld om ons heen al heel wat weken verder is merk ik dat ik nu pas de eerste stappen kan gaan zetten op het pad van rouwverwerking. Beginnend bij de zwangerschap en de bevalling. Ik ben dus nog wel een tijdje onderweg. De huisarts heeft gelijk. De eerste stijgende lijn zit erop, de lijn buigt weer even af naar beneden. Maar... deze zal ook weer omhoog gaan. En lichtpuntjes helpen daarbij.

Afbeeldingsresultaten voor lichtpuntjes

Lichtpuntjes. 'Soms zijn ze groot, soms zijn ze klein. Je hoeft ze niet te zoeken, je kunt ze ook zijn.' Wie kent deze uitspraak inmiddels niet? Jullie hebben het misschien niet eens door, maar wij hebben die lichtpuntjes ook om ons heen. Jullie zijn die lichtpuntjes. Degene die de moeite neemt een kaartje te schrijven. Degene die vraagt of we een keertje oppas nodig hebben om er samen uit te kunnen. Degene die even een bezoekje brengt. Een bloemetje voor ons meisje meeneemt. Degene die ervaringen komt delen omdat ze een medemama is met sterrenkindjes. Die zegt dat alles wat we voelen en denken normaal is. De zorgprofessionals die zeggen dat Aimée in haar korte leventje ook bij hen diepe sporen nagelaten heeft. Degene die haar kindje aan mij toevertrouwd om een middagje op te passen. Want dat is wat de afgelopen week balsem op mijn ziel is geweest. Ik mocht een middagje oppassen. Dit prachtige mooie ventje is een aantal dagen ouder dan Aimée. Mama had er wel even moeite mee, deed ze mij hiermee geen pijn? Maar ik vond het prachtig en ik heb genoten van iedere seconde dat dit kereltje bij me was. Het voelde geen moment als een vervanging, het voelde geen moment geforceerd. Nee, ik mocht eindelijk weer even zorgen voor iets kleins en kwetsbaars, zo'n prachtig wonder. Nadat dit lieve mannetje weer naar huis was realiseerde ik me hoe het voor het eerst weer klopte in mijn hoofd en in mijn lijf. Wat namelijk maar weinig mensen zich realiseren is dat de moederhormonen nog door mijn lijf gieren, ik moet nog volop ontzwangeren. Naast al het verdriet dat er is vecht ik dus ook nog tegen mijn hormonen en dat kost bakken vol energie. Normaal gesproken heb je dan zo'n klein hummeltje in je huis waarmee je onbeperkt kunt knuffelen. Die je vertroetelt, waarbij je jezelf met een hoog stemmetje de meest idiote dingen hoort zeggen. Iemand die totaal afhankelijk is van jouw zorgen. Die iemand heb ik niet meer. Ik ben dus continu aan het vechten tegen mezelf om dit gevoel een plekje te geven. Door het oppassen kon ik voor het eerst die hormonen er even volop op de 'normale' manier uit laten komen. Het voelde alsof alles ineens in de juiste richting ging. Ik heb er maar gebruik van gemaakt. Ik heb geknuffeld, gekroeld en uiteraard als een halve idioot met een raar stemmetje tegen dit ventje zitten praten terwijl ik gekke bekken trok. Ik kreeg een stralende lach terug. Geen idee of dit toelachen of uitlachen was. Hij werd er in elk geval blij van...

's Avonds had ik voor het eerst weer een voldaan gevoel. Natuurlijk was ik even verdrietig, het huis was weer leeg. Maar verdrietig ben ik alle andere avonden ook. Ik miste Aimée niet anders, niet harder, niet meer dan anders. Maar mijn huis en mijn hart waren weer heel even gevuld met de zorg voor een klein wonder. En dat kleine wonder deed een klein wonder met mijn moederhormonen. Hij smeerde balsem op mijn ziel.

Met vallen en opstaan gaan we verder. De golvende lijn van de huisarts in ons achterhoofd. We zijn er nog lang niet, maar we zijn wel op weg gegaan. Gisteren zijn we even bloemen wezen brengen bij ons meisje. Ik heb een bakje gemaakt met roze hyacinten voor op haar graf. Ik wil dat haar plekje mooi is, dat er iets bloeit en iets kleurrijks is, passend bij onze kleine meid. Julian was mee. Hij ontwikkelt inmiddels zijn eigen ritueel. Hij weet de weg naar haar graf. Hij wil er op zijn eigen tempo heen lopen, zonder ons. Zodra hij arriveert gaat hij rondjes lopen. Rondjes om haar graf. Dansen noemt hij het, vol trots kijkt hij naar ons op of wij het ook mooi vinden.
Als het tijd is om te vertrekken vraag ik hem om mee te gaan. 'Nee' is het kordate antwoord. Hij wijst naar het graf. 'Aimée zien!' Hij kijkt ons vol verwachting aan en duwt in de grond van haar graf. Het is duidelijk dat hij haar mandje wil zien. Wie heeft ooit gezegd dat jonge kinderen zo weinig meekrijgen? Onze knul bewijst het tegendeel. Ik hurk bij hem neer en vertel hem dat Aimée inderdaad in haar mandje in het graf ligt, maar dat we deze niet meer open kunnen maken. Hij accepteert het. We lopen weg bij haar graf. Als we het hofje uitlopen roept hij nog een keer 'doei!' en holt over de begraafplaats. Dag lief meisje...